ListEnBedrog.nl

loquendi libertatem custodiamus

Klachten?
Start
Contact
Dossier Pieter Knabben
Oplichtertje
Actueel
Dossier BRTS
Zwartboek BRTS/BOS
Dossier PBO BRTS
BRTS in de pers
X-files
Bezwaarschrift BOS
Besluit CvdM
Dossier TV-Gazet
TV-Gazet in de pers
De affaire Mi Amigo
SOS Magdalena
Reacties
Open & Eerlijk
Links
Colofon

Interview (www.martinvankampen.nl)

Martin van Kampen is al jaren actief in de West-Brabantse mediawereld. Een druk baasje dat door zijn kritische houding en scherpe analyses links en rechts wel eens op een paar tenen gaat staan. Een bevriend journalist liet Van Kampen (35) vrijdag 28 november 2003 onder het genot van een glas cola, de Bredanaar drinkt niet of nauwelijks maar pafte wel heel wat filtersigaretten weg, eens leeglopen. Dat leverde het volgende verhaal op.

1. Enfant terrible

Je wordt door sommige mensen het enfant terrible van de Bredase omroepwereld genoemd. Wat vind je hiervan?

Die had ik lang niet gehoord, maar ik vind enfant terrible eigenlijk wel een beetje een geuzennaam. En inderdaad doe ik nu en dan krasse uitspraken die anderen in verlegenheid brengen. Alleen vind ik het jammer dat dan vaak een andere uitdrukking, ‘don’t kill te messenger’, van toepassing wordt. In plaats van over kritiek na te denken en er iets mee te doen, zijn mensen vaak geneigd om hun stekels uit te zetten en hun pijlen te richten op de boodschapper van nieuws dat hun slecht uitkomt. Overigens noemde oud-Cultuur-ambtenaar Bert v/d Noort van de gemeente Breda mij altijd ‘the voice’.

Je bent al jaren actief in de media. Hoe ben je daarin verzeild geraakt?

In mijn kinderjaren hadden mijn ouders vrijwel altijd de radio aanstaan, met name afgestemd op de in die dagen zeer populaire zeezenders Veronica en Noordzee. Toen ik een jaar of acht was en mijn eerste eigen radio had waren Veronica en Noordzee er niet meer. Ze waren op 31 augustus 1974 uit de lucht gegaan, nadat de Nederlandse regering de zeezenders verbood. Tegen de wet in ging het Britse station Radio Caroline door, met aan boord van haar in de Thamesmonding verankerde schip Mi Amigo ook de Belgisch/Nederlandse piratenzender, ook een geuzennaam, Radio Mi Amigo. Vooral naar Radio Mi Amigo luisterde ik in de tweede helft van de jaren ’70 veel. In Zeeland, waar ik woonde, knalde die zender keihard uit de radio. Ik vond het allemaal prachtig: een club diskjockeys die vanaf een ouwe boot, die om de haverklap lek- en van haar ankers sloeg, die heerlijke muziek van die dagen draaide. Zulke spannende radio wordt tegenwoordig niet meer gemaakt.


De MV Mi Amigo, het zendschip van Radio Caroline en Radio Mi Amigo. Foto: Marc Jacobs.

Het luisteren naar Radio Mi Amigo inspireerde je om zelf ook radio te gaan maken?

Ja, in de vierde klas van de lagere school maakte ik al een soort kruising van Radio Mi Amigo en de Dik Voormekaarshow, samen met een schoolvriend. Begin jaren ’80 hadden we zelfs een klein zendertje en kon de hele straat meegenieten. Alhoewel. Volgens mij was het best een opgave om naar die kinderen te luisteren. Er was wel een belangrijke overeenkomst tussen ons en de diskjockeys die toen als éénoog in het land der blinden Hilversum 3 bestierden: we praatten erg veel en draaiden soms ook nog een plaatje.

Hilversum 3 vond je dus helemaal niks?

Nee hoor, ik ben Hilversum 3 juist erg gaan waarderen. Toen ik me, na inmiddels naar Breda te zijn verhuisd vanaf 1982 in de serieuzere etherpiraterij stortte, ontdekte ik al snel dat het niet zo moeilijk was om luisteraars van Hilversum 3 af te snoepen. Ik pikte zoals een echte piraat betaamt de naam en jingles van Radio Mi Amigo en kocht steeds een net iets sterkere zender. In het begin was mijn Radio Mi Amigo slechts in de wijk Doornbos, waar ik woonde, te beluisteren, een paar jaar later in heel de stad en weer een paar jaar later in, zoals we dat in die tijd zo mooi noemden, groot Breda ofwel Breda en ruime omgeving.

2. In aanraking met Justitie

Ben je vaak uit de lucht gehaald?

Nee, slechts twee keer en ik weet nog precies wanneer. Radio Mi Amigo Breda werd in de avond van 6 maart 1987 uit de lucht gehaald. Op hetzelfde moment dat voor de kust van Zeebrugge bij de ramp met de veerboot Harald of Free Enterprise tientallen mensen verdronken in de ijskoude golven van de Noordzee, namen twee ambtenaren van de RCD, de Radio Controle Dienst, mijn zender in beslag. Ik zat een programma op te nemen toen de heren samen met twee politiemannen aanbelden. Voor de zekerheid hadden de agenten hun wapens getrokken, waarop deze zware crimineel de heren welkom heette, naar de schuur van onze flat waar de zender stond leidde en het ding vervolgens aan hen overhandigde. Mijn studio en platencollectie konden ze niet meenemen. Dat spul stond in de woning en ik wist dat wanneer ik banden uitzond vanuit de schuur ze de dure studioapparatuur en muziekcollectie niet in beslag konden nemen. Maanden later viel er een proces-verbaal in de bus.

En de tweede keer?

Als ik me het goed herinner was Radio Mi Amigo Breda een week later alweer in de lucht. Na de inbeslagname zijn we naar Delft gereden om een nieuwe zender te kopen. Dat deden we bij een piraat die die dingen aan de lopende band bouwde. In de randstad werden de piraten door de RCD immers vrijwel dagelijks uit de ether geplukt. De zender kostte ons 500 gulden, maar wij wisten dat we er in Breda weer een tijdje mee vooruit konden. In de herfst van 1987 was de RCD de hardnekkige randstadpiraten beu. Er volgden harde acties, waarbij niet alleen zenders maar ook studio’s en platencollecties in beslag werden genomen. Nieuw was ook dat eigenaren, diskjockeys en adverteerders werden aangepakt. Het werd stil in de randstad en wij realiseerden ons dat het oppassen geblazen werd.

Radio Mi Amigo Breda stopte in november, waarna we de zender van de schuur naar een pand in de wijk Kesteren verplaatsten. Bij de zender kwam niet meer te staan dan een klein mengpaneel en een grote bandrecorder. We dachten zo weinig risico te lopen, omdat we steeds maar kort in het pand waren om weer een lange band te starten. De naam Radio Mi Amigo werd veranderd in Radio Exclusief en op 1 januari 1988 begonnen de uitzendingen, die van Tilburg tot Roosendaal te horen waren. Veel monddood gemaakte diskjockeys uit de randstad maakten thuis op band programma’s voor ons, maar ook op diverse plaatsen in Breda e.o. werd druk getaped. Zelfs bij ziekenomroep Studio Audio werden, stiekem, Radio Exclusief-programma’s opgenomen.

Wanneer greep de RCD in?

Op zondag 13 maart 1988 zat ik thuis aan de Kleine Doornbos in Breda te luisteren, toen het signaal rond 21.20 uur wegviel. De RCD was het pand binnengedrongen, had de zender uitgeschakeld en nam de aanwezige apparatuur in beslag. Binnen een uur stonden ze bij mij op de stoep. De heren hadden hun huiswerk goed gedaan, ontkennen had geen zin. Mij werd te verstaan gegeven dat ze het nu bij inbeslagname van de zender, het tapedeck en het mixertje zouden laten. Maar als we in de ether zouden terugkeren zouden ze alles in beslag nemen, tot aan studio’s in Amsterdam toe. Het piratenavontuur was, op deze schaal althans, voorbij. Ik kreeg een boete en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Niet leuk.


Piepjong enfant terrible Martin van Kampen.

3. De grens over

Je was intussen toch ook bij een Belgisch station actief geweest?

Ja, maar die zender was slechts formeel Belgisch. Radio Europa stond midden jaren ’80 enkele tientallen meters over de grens in Wuustwezel, maar richtte zich zowel met haar programma’s als antennes op Nederland en met name groot Breda. Het station was opgezet door Bredanaar Ad de Vogt. Hij was in 1983 betrokken geweest bij de start van de andere grenszender Radio Continu, maar kreeg mot met de Continu-directeuren Jac Zom, Ruud Kegel en Alfons Jagtman en begon zijn eigen station. Radio Europa startte in Meerseldreef, maar verhuisde later naar Dancing Europa in Wuustwezel. Meer precies, naar een voormalig frietkot naast het etablissement, waar werd gedanst op de zonnige klanken van een Decap-orgel. Het regende daar op zondagmiddag bejaarden. De vrouwen dansten, de mannen dronken.

Ik maakte het laatste halfjaar van Radio Europa in België mee. Van augustus 1985 tot februari 1986 bivakkeerde ik van zaterdagochtend vroeg tot zondagavond laat in de frietkotstudio. Tegenwoordig is automatisering troef, maar bij Radio Europa was het armoe troef en zorgde ik ervoor dat de programmabanden op tijd werden gestart. Het was soms een hele klus om te bewerkstelligen dat ze vervolgens ook bleven draaien, want de play-knoppen van de cassettedecks waren lam en die moest je met plakband vastzetten. Regelmatig schoot de knop los, soms midden in een aankondiging van een diskjockey, en moest die weer vastgeplakt worden. Dat was wel grappig om te horen, maar het klonk natuurlijk weinig professioneel. In februari 1986 legden de Belgen het uitzenden zonder vergunning aan banden en verdween Radio Europa vrijwillig uit de lucht. Radio Continu bleef, omdat die zender erin slaagde een Belgische lokale omroep-vergunning te gaan huren. Dat kon bij onze zuiderburen, die zich daar natuurlijk wel voor lieten betalen.

Terug naar 1988. Wat ging je na Radio Exclusief doen?

RCD’er Felten, die de inbeslagname van Radio Exclusief leidde, raadde mij in een gesprek dat ik op zijn uitnodiging met hem had in het politiebureau aan de Markendaalseweg in Breda aan om legaal te gaan uitzenden. Samen met twee ex-Radio Exclusief-diskjockeys richtte ik vervolgens de Exclusief Omroep Stichting (EOS) op, maar we kwamen er al snel achter dat het niet mogelijk was een vergunning te krijgen. Per gemeente was en is er maar één vergunning voor publieke lokale omroep beschikbaar en die was in handen van de Bredase Radio en Televisie Stichting (BRTS), die uitzond onder de naam Radio Beo. De EOS vroeg begin 1989 zendtijd aan de BRTS, maar die wilde absoluut niet in zee met ons, ex-piraten. Nog steeds vind ik dat een stukje onrecht, omdat de BRTS maar twee uurtjes per dag uitzond en de overheid lokale omroep mede om van de piraten af te komen heeft toegestaan. BRTS-programmaleider Joost Lohman gaf in dagblad De Stem zelfs als reden op dat de EOS het Radio Beo-programma doorkruiste, omdat die zich op een andere doelgroep richtte. Dat had indertijd juist de reden moeten zijn om ons zendtijd te geven. De lokale omroep moet immers alle doelgroepen bedienen en wij wilden programma’s voor jongeren maken. Een doelgroep die Radio Beo in studentenstad Breda links liet liggen.

4. Van Beo tot Europa

Toch hoorden we je stem in 1991 op Radio Beo. Hoe zit dat?

De EOS heeft maanden geprobeerd om tot een samenwerking met de BRTS te komen, maar dit ontaardde telkenmale in oeverloze discussies, o.a. met BRTS-voorzitter Joop de Werd. Na de zwanenzang van Radio Exclusief was ik bandprogramma’s gaan doen bij vrije radio’s in België, w.o. Radio Fantasy in Weelde (onder Tilburg), Radio Palermo in Essen (onder Roosendaal) en Radio Saffier in Wuustwezel (onder Breda). Medio 1989 zond de EOS enkele maanden uit via Radio Saffier, ’s middags van vier tot zes, maar het signaal was te zwak om overal in Breda goed te kunnen worden beluisterd. De EOS verdween noodgedwongen in de ijskast en medio 1990 ging ik als nieuwslezer aan de slag bij Radio Continu in Meerle, onder Breda. Kort daarna ging Radio Continu een samenwerking aan met de BRTS en ging ik meewerken aan het Radio Beo-programma op zaterdagmiddag, van half zes tot half zeven. Net als bij Radio Continu verzorgde ik nieuwsbulletins. Omdat ik het niet eens was met het programmabeleid van Radio Beo, gaf ik er na een paar maanden de brui aan.

In feite werd het programmabeleid van Radio Beo, de publieke lokale omroep van Breda, bepaald door Radio Continu, een commerciële zender. Continu programmeerde de BRTS-radio zo tam, met easy listening-muziek, dat er nauwelijks iemand luisterde. Zo stelde Continu haar belangen veilig. De Belgische zender bleef de populairste en de reclamegelden bleven binnenstromen. Als ik directeur van Radio Continu was geweest, had ik mogelijk hetzelfde gedaan, maar ik wilde een goedbeluisterde Bredase lokale omroep. Toen de EOS om hier een bijdrage aan te leveren eind 1992 opnieuw zendtijd aan de BRTS vroeg leidde dat tot een aanvaring tussen mij en Radio Continu-directeur Jac Zom. Begin 1993 kon ik mijn biezen pakken bij Radio Continu.


Martin van Kampen in studio 1 van Radio Continu, de nieuwsstudio.

Om enkele maanden later terug in de ether te keren via Radio Europa?

Inderdaad. De nieuwe poging van de EOS om te gaan uitzenden had de krant gehaald en ik werd benaderd door Ad de Vogt, die ik nog kende van Radio Europa in Wuustwezel. De Vogt had een paar jaar eerder de vergunning voor publieke lokale omroep in Etten-Leur bemachtigd en was opnieuw gaan uitzenden als Radio Europa. Afgesproken werd dat de EOS elke avond tussen zes en tien uur ging uitzenden. Intussen had ik contact gelegd met een aantal radiomakers van de Bredase ziekenomroep Studio Audio, die vanaf mei 1993 met mij de programma’s van Europa/EOS gingen presenteren. Dat was wel een beetje lullig voor Studio Audio, want die raakte haar beste medewerkers kwijt. Kort na de start van Europa/EOS kreeg ik van De Vogt ook de leiding over de dagprogrammering van Radio Europa, dat op FM 105.3 behalve in Etten-Leur ook goed te ontvangen was in Breda en Roosendaal. We werden goed beluisterd, maar helaas werd er niet hard genoeg aan de acquisitie getrokken waardoor de verschillende malen beloofde betaling van de medewerkers uitbleef. Dat leidde tot spanningen en zelfs een heuse staking.

Als programmamakers van Europa(/EOS) voelden we ons wel vaak voor de voeten gelopen door de compagnon van De Vogt, ene Henk Voorheijen. Deze man teerde nog steeds op het succes dat hij in de jaren ’70 had gehad als manager van artiesten als wijlen Jack Jersey (Privé schreef veel over de problemen tussen Jersey en zijn manager), Nick MacKenzie (Hello, goodmorning, how are you, toot toot), Jan Boezeroen (De fles) en wijlen André Moss (van de TROS-TV-ledenwerfmuziekjes). Voorheijen, oud-producent van ‘Op volle toeren’ (Chiel Montagne), boerde nog steeds goed, zo deed hij het voorkomen. Zijn paarden aten graag een suikerklontje en die nam hij dan ook bij doosjes mee uit de studio in het Turfschip in Etten-Leur. Zo’n man doet natuurlijk niet zelf boodschappen… Wist je trouwens dat DJ Tiësto in 1993 regelmatig een paar uurtjes bij ons kwam draaien? In april 1994 vertrok ik bij Radio Europa. Er gebeurden daar zoveel rare dingen, dat ik het aanbod van Radio Continu-directeur Jac Zom om terug te keren met liefde accepteerde. Zom had zijn zaken stukken beter voor elkaar.

5. Terug op het oude nest

Voelde je je weer thuis bij Radio Continu?

Zeker! Het is overal wel eens wat, zeker in medialand, maar bij Radio Continu voelde ik me toch het beste op mijn plaats. Met name met manager Ludo de Kort heb ik tot de close down op 14 september 1997 fijn samengewerkt. We hebben nog steeds contact. De laatste jaren van Radio Continu waren zeker niet de makkelijkste. Kort na mijn terugkeer ging het zo slecht, dat men vijf maanden achterliep met de betalingen, maar we werkten allemaal dapper door. Even was er hoop, toen VNU het grensstation overnam, maar helaas kreeg Continu te maken met storing op haar etherfrequentie 103 FM. Die frequentie was door de Belgische overheid aan Continu gegeven, terwijl die feitelijk aan Nederland was toebedeeld. Eén en ander kwam pas uit toen Nederland vanuit Lelystad met een 50.000 watt sterke zender op 103 FM het programma van Radio 1 en later Radio 538 ging uitzenden. Radio Continu, dat het met een paar honderd watt moest doen, was hierdoor in Breda, waar de adverteerders zaten, steeds slechter te ontvangen. Daardoor liepen de inkomsten terug en trok VNU uiteindelijk de stekker eruit.

Ik zal de laatste dagen van Radio Continu nooit vergeten. We kregen op vrijdag, kort voor het avonduur, het bericht dat we de zondag erna om vijf uur ’s middags definitief stopten. Ik had die vrijdag nieuwsdienst en mij werd te verstaan gegeven dat ik niets over de close down, na veertien jaar, mocht uitzenden tot het de volgende ochtend in VNU-krant De Stem zou staan. Ik besloot onze luisteraars om zes uur toch in te lichten. Voor straf moest ik ook zaterdag (een dubbele dienst) en zondag (anderhalve dienst) nieuwslezen. Elk half uur vertellen dat Radio Continu stopt. Dat gaat je niet in je koude kleren zitten, maar op één of andere manier ben ik als ik onder grote druk moet werken op mijn best. Het studiomeubel van Radio Continu staat in mijn schuur, onder een dikke laag stof en de zender staat op mijn slaapkamer. Soms zet ik hem heel even aan…


Afscheid van Radio Continu, v.l.n.r. boven: Ludo de Kort, Ad Romijn, Peter Houtepen, Ton Vermeulen,
v.l.n.r. onder: Annemarie Franken, Jac Zom en Martin van Kampen.

6. Grappen en grollen

Zijn je ook grappige dingen bijgebleven?

Ja, heel veel. Zo kwamen we bij Radio Fantasy in Weelde nooit iets tekort. Als we trek hadden in iets lekkers zeiden we gewoon op de radio dat we bv. wel een worstenbroodje lustten. Luisteraars kwamen er vervolgens zoveel brengen dat we ons misselijk aten. Ook riepen we als we in de verte de ijsboer hoorden op de radio dat hij ons vooral niet moest vergeten. Even later stopte hij dan voor de studio en hadden wij gratis ijs.

Bij Radio Continu in Meerle was ik op een kwade dag net klaar met mijn nieuwsbulletin, toen het noodlot toesloeg. De zender stond in de garage achter het studiopand aan de Strijbeekseweg 25, nu weer gewoon een woning, en op het dak van die garage was door verstopping van een afvoer een klein zwembad ontstaan. Net na het nieuws, terwijl ik de koptelefoon afzette, begaf de afvoer het. De buis, die aan de binnenkant van de garage de grond in ging, klapte precies boven de zender kapot. En als er duizend liter water door een zender stroomt gaat zo’n ding gewoon uit. Een half uur later stond Continu-directeur Jac Zom boven op de garage om de overige bladeren, de oorzaak van het euvel, van het dak te scheppen. Ik stond achter de lamellen te grinniken om het gemopper van Jac.

Presentator Edwin van Loon van Continu Sport kwam tijdens zijn uitzending vaak handen tekort en dan is het vervelend als nieuwsdienstcollega Albert van Honk je hindert. In een jolige bui had Albert een ballon opgeblazen en had zich daarmee gewapend verdekt opgesteld in studio 3, de grootste studio. Terwijl Edwin druk sportuitslagen aan het oplepelen was bracht Albert de ballon tot ontploffing. Alle meters sloegen in het rood en Edwin schrok zich het apelazerus. Maar niet alleen Edwin schrok, ook Continu-directeur Jac Zom. Jac luisterde waar mogelijk naar zijn zender en zat op de bewuste zaterdagavond met zijn vrouw Annemarie thuis op de bank voor de TV. Annemarie keek en Jac ook, maar Jac had een oortje in met daarop Radio Continu. De ontploffing op de radio, die extra impact kreeg door de tussenkomst van allerlei randapparatuur, deed hem zowat van de bank stuiteren maar leverde geen blijvend oorletsel op.

Een verhaal dat voor ik in 1990 bij Radio Continu kwam al legendarisch was, is het volgende. Nieuwslezer Ad Romijn had op 1 april bloedserieus voorgelezen dat koning Boudewijn in Meerle, vlakbij de studio, een kas kwam openen. Daarna ging hij kijken of er veel mensen in zijn grap trapten, maar reed onderweg zijn auto in de prak. Volgens mij reed er een tractor overheen of zoiets. Ad kwam er zonder kleerscheuren vanaf. Wie een kuil graaft voor een ander… Maar of het nu druk was? Dat is me nooit duidelijk geworden.

Sommige Continu-collega’s hadden zo hun eigenaardigheden. Zo nam nieuwslezeres Marie-Louise Polane haar hondje mee naar haar werk. Het beestje lag doodstil onder het bureau en ik had lange tijd niet eens in de gaten dat er überhaupt een viervoeter binnen was. Tot ik op een dag even aan het bureau ging zitten en ergens op trapte. ‘Piep’, zei het hondje, van het merk poedel. ‘Niets vertellen tegen het vrouwtje’, maakte ik hem duidelijk. Na dit incident kwam het diertje mij meestal vriendelijk begroeten als ik binnenstapte, als hij niet sliep natuurlijk.

Nieuwslezer Nico Jongenelen jr. hield wel van een sateetje, bij voorkeur van die pekkige in zo’n zakje. Hij maakte zijn stukjes ondefinieerbaar vlees in pindakaas met water altijd klaar in het koffiezetapparaat. Lekker warm! Op een dag ging zo’n zakje stuk. En dan is het voor je collega’s niet leuk als je dan gewoon aan de kuierlatten trekt. Het duurde even voor ik de volgende ochtend rond een uur of half zes doorhad wat er nou voor ranzigs in de koffiekan zat. Het werd dus cola die morgen en een boer in het nieuws.

Joost Lohman, die eerder betrokken was bij Radio Beo, las begin jaren ’90 ook enige tijd nieuws bij Radio Continu, ondanks dat hij, laat ik het vriendelijk zeggen, niet bepaald een stem als een klok heeft. Thuis in Breda luisterde ik op een dag naar de verrichtingen van Joost en kon me niet aan de indruk onttrekken dat hij niet bepaald op zijn gemak zat, daar achter de microfoon vlak over de grens. Na een hoop gestotter startte Joost het reclameblok netjes op tijd, maar vergat de microfoonfader naar beneden te schuiven. En zo kon het dat ik hem luid en duidelijk dwars door de eerste commercial hoorde zeggen: nou dat ging klote zeg! Joost besloot al snel dat nieuwslezen niet zijn goesting was.

Bij Radio Europa in Wuustwezel stopte er nu en dan een auto bij onze frietkotstudio, waaruit dan een man, vrouw en een paar kinderen stapten die met hongerige blikken op mij afkwamen. De verbazing in de ogen van die mensen als ze vervolgens geen frituurinstallatie zagen maar een groot mengpaneel en geen curryworsten (Vlaams voor frikadellen) maar platen en banden. En dan nog vragen: verkoopt u geen fritten meneer? Die ouwe mengtafel had overigens in een vorig leven aan boord van het zendschip Aegir van Noordzeepiraat Radio Delmare gestaan.

Ook bij Radio Europa in Wuustwezel zat ik op een middag het nieuwsbulletin voor te lezen toen ik op mijn koptelefoon gierende remmen hoorde. Ik keek, doorlezend, opzij door het raam en zag een auto over de kop een greppel in duiken. Zo kalm als ik kon vertelde ik de luisteraars wat er gebeurd was, vroeg hen indien zij in de buurt van de studio woonden de hulpdiensten te waarschuwen –wij hadden geen telefoon en GSM’s waren nog toekomstmuziek-, startte een band en ging poolshoogte nemen. Inmiddels waren er auto’s gestopt, waarna ik weer terug mijn hok in ging. Later kwam een agent van de politie in Zundert mij complimenteren met mijn alertheid. Geen leuke anekdote, maar achteraf wel grappig. Geen mobiele telefoon, zelfs helemaal geen telefoon, kun je het je voorstellen?

Bij Radio Europa in Etten-Leur stond een sirene op het dak. Je raadt het al, die sirene die één keer in de maand afgaat om te testen of het ding het nog doet, voor het geval de Duitsers besluiten weer vijf jaar vakantie te komen vieren in ons land. En dus begon ik op een maandag netjes om twaalf uur het nieuws te lezen, toen midden in mijn eerste bericht van Breda tot Roosendaal te horen was dat de sirene op het Turfschip in Etten-Leur werkte. Het zou me geen tweede keer overkomen, want na het verder ordelijk verlopen nieuwsbulletin klom ik op het dak en heb de sirene gesaboteerd, als een soort daad van verzet.

Tijdens de carnavalsoptocht van 1994 in Etten-Leur vond Radio Europa-opperhoofd Ad de Vogt het nodig om zelf verslag te doen. Jos Leijs, die nu de nieuwe lokale omroep Local FM van Etten-Leur bestiert, zat in de studio en had tussen de feesthits live contact met De Vogt, die zich om de één of andere reden op de radio Paul Leeuwenstein noemde. Jos had niet in de gaten dat Ad plotseling Paul heette of weigerde hardnekkig De Vogt nu Leeuwenstein te noemen. Het leverde in ieder geval schitterende dialogen op. “En dan schakelen we nu live over naar de carnavalsoptocht, naar Ad de Vogt. Goeiemiddag Ad, een carnavalsoptocht moet je niet zien maar horen. En wat is er te zien Ad?… Ja hallo Jos, hier Paul Leeuwenstein, bla bla bla bla bla. Dit was Paul Leeuwenstein voor Radio Europa, bij de grote optocht van Etten-Leur… Dank je wel Ad en dan zijn hier de Deurzakkers… Ho even Jos!… Ja Ad?… Ik wil nog even zeggen dat bla bla bla bla bla… Dat was het Ad?… Ja, dit was Paul Leeuwenstein voor Radio Europa bij de grote optocht in Etten-Leur… Bedankt Ad en dan zijn hier zoals beloofd de Deurzakkers.” Ik heb Jos altijd een prachtig figuur gevonden. Wat een droogkloot is dat zeg. Dit verhaal vertel ik over twintig jaar nog.

7. Persoonlijk leed

Mooie herinneringen. Maar nu weer even serieus. Vlak voor de sluiting van Radio Continu raakte je je eigen studio kwijt. Wil je daarover praten?

Ik woonde met mijn ouders op de Grote Markt in Breda boven café Sam Sam, de zaak van mijn ouders. De zolder van het eeuwenoude pand was mijn domein. Daar sliep ik naast mijn studio en mijn grote collectie platen en CD’s, in twintig jaar verzameld. In de nacht van 2 mei 1997 werd ik kort na vier uur wakker van geschreeuw op straat. Ik rook een brandlucht, zette mijn bril op, schoot in mijn ochtendjas, zag vlammen en belde 112. Ik ben een doener. Daarna ging ik langs de trap naar beneden, waar mijn ouders sliepen. Het dak op klimmen was geen optie omdat ik me ervan wilde vergewissen dat iedereen het brandende pand uit was. Op de trap kwam ik mijn ouders tegen en gezamenlijk vluchtten we naar buiten. De hond, die op de trap twijfelde, schopte ik zo voorzichtig als ik kon naar beneden. Buiten ging het beestje er in paniek vandoor. Later bracht een taxichauffeur Binky terug.

Onverlaten hadden een stapel rieten terrasstoelen die tegen de gevel van de Sam stonden in brand gestoken en waren daarna ontkomen. Passanten hadden ons wakker geschreeuwd. Aan hen danken wij ons leven, zo simpel is dat. Het vuur greep razendsnel om zich heen en verwoestte het pand, zoals de meeste gebouwen op de Grote Markt een rijksmonument. Dag huis, dag studio, dag muziekcollectie. Door een blunder van mijn verzekeringstussenpersoon ben ik nooit schadeloos gesteld. Ik mag toch wel zeggen dat ik mensen afraad om zaken te doen met Ronny van Steen uit Breda en zijn baas Aegon?

Vakidioot als ik ben hield ik mijn collega op de nieuwsredactie van Radio Continu telefonisch op de hoogte. Brand in de binnenstad van Breda is nu eenmaal nieuws. Ook stond ik verslaggevers van De Stem en Omroep Brabant te woord. Mijn ouders begrepen er niets van, maar het deed me juist goed om mijn verhaal te kunnen vertellen. Een passant gaf me een paar schoenen. Hij was die donderdagnacht op weg naar huis na het stappen, zag mij op mijn blote voeten in mijn ochtendjas bij mijn brandende huis staan en besloot dat ik zijn schoenen harder nodig had dan hijzelf. Op kousenvoeten ging de man, ik weet zijn naam niet eens, op de fiets naar huis. Ik zal het nooit vergeten. De brandstichters zijn nooit gepakt. Brandstichters worden nu eenmaal bijna nooit gepakt.

Hoe kom je zoiets te boven?

Eigenlijk kom je zoiets nooit te boven. Het is iets dat je overkomt en dat je je hele leven meedraagt. Je moet zulke dingen een plaatsje kunnen geven en dat is mij en mijn ouders gelukt. Maar vergeten doe je het nooit. Ik kan alleen maar hopen dat de daders spijt hebben van hun daad. Wel knaagt het soms nog aan me dat ze niet zijn gepakt. Ik zou hen zo graag willen vragen waarom? Maar daarmee draai je de klok niet terug. Gebeurd is gebeurd.

8. Van LONG via BOS naar BRTS

Wat ging je na de sluiting van Radio Continu doen?

Ik heb even een ander baantje gehad, niet in de media, maar al snel ging het weer kriebelen. Enige tijd eerder had ik samen met drie anderen geprobeerd de vergunning voor lokale omroep in Nieuw Ginneken te bemachtigen. Ulvenhout, Bavel, Galder en Strijbeek hadden geen lokale omroep. Door in die gemeente te gaan uitzenden zouden we, de stichting Lokale Omroep Nieuw Ginneken (LONG), ook in Breda te horen zijn. Opnieuw met de BRTS om de tafel gaan was zinloos, want die verhuurde sinds 1994 haar zendtijd aan VNU, dat als Stadsradio via een keten van lokale omroepen in Noord-Brabant uitzond. Stadsradio brak later met de lokale omroepen en ging verder als 8FM ofwel ook formeel als commerciële zender. We waren bijna zover, toen de gemeentelijke herindeling zich aandiende en Breda Ulvenhout en Bavel inlijfde.

De LONG werd de Bredase Omroep Stichting (BOS) en we vroegen evenals de BRTS de enige vergunning voor Breda aan. Ondanks het feit dat de BRTS in de jaren ervoor haar zendtijd vrijwel uitsluitend had verhuurd aan commerciële derden, Radio Continu en Stadsradio, gaf het Commissariaat voor de Media (CvdM) die stichting op 21 april 1998 de vergunning. De BOS besloot na ampel beraad niet in beroep te gaan tegen het besluit van het CvdM. Ik ging vervolgens bij de BRTS aan de slag, als één van de vrijwilligers van de lokale omroep.

Toen ik in april 1998 voor de BRTS actief werd had Stadsradio ofwel VNU net de banden met de lokale omroep verbroken. Na 1 januari 1998 huurde het bedrijf geen zendtijd meer van lokale omroepen en stond de BRTS voor het eerst in jaren weer op eigen benen. Van een organisatie was derhalve nauwelijks sprake, maar ik besloot samen met een paar andere welwillende vrijwilligers, w.o. het huidige Bredase gemeenteraadslid Selcuk Akinci, te trachten de omroep weer op de rails te zetten. We werden echter na een paar maanden geconfronteerd met een door vrijwel alle medewerkers van de BRTS ongewenst besluit van het bestuur. Dat besloot voormalig Radio Europa-leider Ad de Vogt binnen te halen en met hem zijn financier Ad N. uit Etten-Leur, ondanks de twijfelachtige reputatie van beiden.

Twijfelachtig reputatie? Verklaar jezelf eens nader.

De Vogt was een jaar eerder uit zijn lokale omroep, een vereniging, gezet, waarna Radio Europa failliet ging. Aannemer N. was ook failliet en werd bovendien verdacht van fraude. In 1999 zou hij worden veroordeeld. Pas in februari 2003 drong het tot mij door waarom de BRTS er geen problemen mee had met deze heren in zee te gaan. In feite was penningmeester Koos J. uit Breda het bestuur van de BRTS. De andere bestuursleden, w.o. de toenmalige voorzitter Jac van Poppel, door ons Dokter Bibber genoemd, hingen er maar voor spek en bonen bij. J. werd in februari 2003 zelf betrapt op fraude, waarna zijn broers het bedrag van 22.153,75 euro terugbetaalden.

Onlangs vertelde een Bredase krantenjournalist mij in bijzijn van een derde dat hij samen met een collega J. in 1989 ook al had betrapt op fraude. Die zaak werd volgens mijn bron door de gemeente in de doofpot gestopt omdat J.’s broers ook toen de schade betaalden en J. vlak voor zijn pensioen zat. Deze kwestie speelde zich aldus mijn bron af in de welzijnsector in Breda, rond de fusie die leidde tot het ontstaan van de stichting Vertizontaal. Ik ben geneigd dit verhaal, dat voor mij nieuw was, te geloven, al heb ik hier in tegenstelling tot de fraudezaak bij de BRTS geen bewijs voor.


De studio van de BRTS, overgehouden aan de relatie met VNU-dochter Stadsradio.

9. Veel geschreeuw en weinig wol

Je was een factor van betekenis voor de BRTS in 1998 en 1999. Je hield meer dan directeur Ad de Vogt de boel draaiende, zeggen je collega’s uit die tijd. Wat deed je allemaal?

Ik heb van april 1998 tot december 1999 het ochtendprogramma tussen zeven en negen uur gedaan op Stadsradio Breda. Heel het jaar 1999 vulde ik verder zo’n beetje in mijn eentje kabelkrant StadsTV Breda en programmeerde de radiocomputer, die de meeste uitzenduren vulde. Muziek invoeren, voicetracks programmeren, playlisten produceren voor de mensen die de voicetracks inspraken enzovoorts. Tevens stond ik waar mogelijk andere programmamakers bij. Het was schier onmogelijk om redacteuren voor de kabelkrant te vinden, de meeste vrijwilligers wilden radio maken. Helaas hield dat laatste vaak niet veel meer in dan het draaien van platen en het voorlezen van krantenartikelen. Maar omdat zij net als ik vrijwilliger waren, mocht je geen hoge eisen stellen van het bestuur.

Als ik dat zo hoor kon De Vogt zich volledig storten op datgene waar hij eigenlijk voor was binnengehaald. Het verkopen van reclame?

Klopt, maar het was na mijn vertrek in januari 2000 dat ik ontdekte waarom hij daar niet al te hard aan trok. De Vogt kreeg belachelijk veel provisie, dus had reeds bij een vrij lage omzet een leuk inkomen. Dit ging ten koste van de BRTS, die diep in de schulden zat. Wat ik wel al wist is dat De Vogt de BRTS ook gebruikte om goederen voor zichzelf te regelen. Een fax naar JVC waarin hij vraagt om een homecinema-set voor thuis, in ruil voor reclame op de lokale omroep, hangt bij mij thuis als bewijs aan de muur. Ook in ruil voor reclame had de omroep twee autootjes, Daewoo’s. De Vogt reed in het ene exemplaar, zijn vrouw, die niets voor de omroep deed, in het tweede. Eerlijkheidshalve moet ik wel zeggen dat de vrijwilligers het ene autootje later wel mochten gebruiken. De Vogt had inmiddels zelf ook een auto. Weer een Daewoo, maar een grotere. Toeval? Mevrouw De Vogt bleef het andere StadsRTV-autootje rijden.

Maar het was toch niet allemaal kommer en kwel? Je hebt vast ook leuke dingen beleefd?

Natuurlijk waren er ook leuke dingen, zoals de eerste serieuze live-uitzending van de Bredase lokale televisie, tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 1999. Dat programma presenteerde ik samen met Joep Schreuder, met wie ik bij gelegenheid ook radio had gedaan. Werken met Joep was een makkie, want hij weet waar hij over praat. In no time hadden we een draaiboek opgesteld, iets waar anderen vaak tijden mee bezig zijn. De uitzending zelf verliep zoals elke live-uitzending niet vlekkeloos, maar was het bekijken zeker waard. Stond ik daar in de hal van het Stadskantoor in mijn geleende driedelig kostuum met een dikke laag televisie-make up op mijn gezicht. Als je even grinnikte moest een visagiste meteen de barsten in je gezicht repareren. Joep zat boven, bij de collegekamer, ook in een geleend pak en onder de televisieplak. Mij hadden ze, en ze is de gemeente die de uitzending betaalde, naast de band in de hal gezet. Niet handig, als het ambtenarenorkest Civil Service staat te toeteren terwijl Joep je via je oortje vraagt welke politicus je nu weer gaat interviewen. Maar het was zeker een belevenis.

Een ander hoogtepunt vind ik het Stadsconcert voor Kosovo, in mei 1999 op de Grote Markt van Breda. Ik had dat bedacht en moest vervolgens natuurlijk vrijwel al het voorbereidende werk doen. Vergunningen regelen, sponsors benaderen enzovoorts. Anderen benaderden artiesten, die in groten getale gratis kwamen optreden op die zaterdag. Voor de faciliteiten, zoals podia, ging ik naar horecaman Laurens Meijer. Ik vroeg hem gewoon op de man af of hij de knip wilde trekken, waarna hij toezegde de kosten op zich te nemen. Helaas overschaduwde een incident het concert voor de oorlogsslachtoffers. Zonder mijn medeweten had een BRTS-medewerker Bredanaar DJ Tiësto, toen nog net niet wereldberoemd, toegezegd dat hij ’s avond tussen tien en elf uur mocht draaien op de Grote Markt. Iemand anders had echter de Bredase act Lucky Lips, met o.a. Sjon de Manager, voor hetzelfde uur geregeld.

We moesten dus kiezen en kozen voor Lucky Lips, ‘leuk voor jong en oud’ was de overweging. Daarbij zagen we in gedachten als we Tijs Verwest (Tiësto) zich lieten uitleven maandagochtend al in de krant staan: ‘Concert voor Kosovo levert stroom van klachten op’. Ik heb negen jaar in de binnenstad gewoond en weet hoe spastisch sommige andere bewoners reageren op harde muziek. Bij harde dancemuziek zouden ze moord en brand schreeuwen en dat zou ons slechte publiciteit opleveren. Iedereen die de situatie kent, weet dat ik gelijk heb. Tijs was echter zo boos over het feit dat hij niet mocht optreden, dat hij naar BN/DeStem stapte. Zaterdagochtend stond voorop de krant dat Tijs niet mocht optreden omdat onze sponsor Laurens Meijer daar tegen was. Laurens, oud-werkgever van Tijs, had zich echter totaal niet met de programmering bemoeid, maar was het volledig eens met onze beslissing en overwegingen. Hadden we verdorie voor het begin van het concert al slechte publiciteit. Tijs heeft me een paar dagen later wel gebeld om zijn excuses aan te bieden.

10. Onderduiken

Hoe was het om heel de dag onder de grond te zitten?

Een kelder met radiostudio’s, onder verpleeghuis Aeneas aan de Zaart, is natuurlijk verre van comfortabel. Van airconditioning had men nog nooit gehoord, er was geen daglicht en het kon er bar koud zijn. Met regelmaat van de klok waren de twee toiletten stuk, in het najaar van 1999 zelfs wekenlang. Als je dan naar het toilet moest terwijl je moederziel alleen een radioprogramma aan het presenteren was, moest je door de kelder naar de andere kant van het gebouw, waar één toilet was. Zo kon het gebeuren dat je tijdens een plaat in hoge nood naar het toilet rende, maar daar tot de conclusie kwam dat het bezet was. Dan kon je weer terug naar de studio om, de benen bij elkaar knijpend, de volgende aankondiging te doen om daarna weer richting toilet op te stomen. Je kon het in het uiterste geval ook buiten naast de studio in het trapgat doen, maar dat vond ik niet netjes en bovendien is dat alleen van toepassing indien je een kleine boodschap moet doen. Je kunt toch maar moeilijk op je hurken in het trapgat gaan zitten. Stel je voor dat je betrapt wordt.

Nee, het was niet gezond om daar, zoals ik deed, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat te bivakkeren. Ik had met enige regelmaat last van mijn luchtwegen, wat dan te horen was aan mijn stem. De meeste andere vrijwilligers hadden niet of nauwelijks last van deze slechte arbeidsomstandigheden, die zaten hoogstens twee uur per week in de kelder. Maar ik verbleef er dagelijks een uur of veertien, vaak nog langer, en dat is gewoon niet goed voor een mens. Ik kan makkelijk een boek vullen over mijn tijd bij de BRTS. Zoals het daar ging, ging het nergens. Het sloeg werkelijk alles, maar dat was al die jaren daarvoor niet anders en ook na mijn tijd niet. Ik kreeg onlangs een plakboek, met daarin alle krantenartikelen over de BRTS uit de jaren 1982 tot 1990. Je weet niet wat je leest. Het is één en al ellende.

Incident na incident, slechte arbeidsomstandigheden, geen salaris. Hoe hield je het twee jaar vol bij die club? Veel anderen zouden gillend wegrennen.

Omdat ik gewoon graag met radio en TV in de weer ben. Ik wilde, zeker na de brand van een jaar daarvoor, gewoon fijn bezig zijn met het mediavak. Je op je werk storten noemen ze dat. Dat vak betekent heel veel voor me. Misschien zelfs wel teveel, want mijn gedrevenheid heeft zich bij de BRTS en later bij TV-Gazet ook tegen me gekeerd. Er moet heel wat gebeuren voor ik gillend wegren. Ik ben een volhouder en bijt me in dingen vast.

Ik ken je verhaal over je tijd bij TV-Gazet van je website, maar hoe keerde je gedrevenheid zich dan tegen je?

Omroepbestuurders vinden het natuurlijk prachtig als hun mensen helemaal opgaan in hun werk, veel te veel uren maken, nooit ziek zijn en vrijwel nooit vrije dagen opnemen. Niet voor niets zei hoofd stadsredactie Breda Willem Reijn van BN/DeStem na onder meer mijn vertrek bij TV-Gazet dat de regionale krant nu zijn enige concurrent kwijt was. Die gedrevenheid straalde van het televisiescherm af. Helaas werd die gedrevenheid gewaardeerd noch beloond. Bij de BRTS deed ik gratis mijn stinkende best, maar vulde acquisiteur Ad de Vogt zijn eigen zakken in plaats van de bankrekening van de omroep. En toen de BRTS na mijn vertrek subsidie kreeg ging de penningmeester met een fors bedrag aan de haal. Sorry, maar dat zijn de feiten.

Toen ik na twee jaar zwoegen bij de BRTS door TV-Gazet werd gevraagd, dacht ik dat het beter zou worden. Ik kwam uit de bijstand dus wilde maar wat graag voor 2000 gulden per maand beginnen. Ook ik verdien graag mijn eigen boterham. Geleidelijk ging ik iets meer verdienen, maar ik voelde me natuurlijk gewoon genaaid toen de journalistenbond NVJ in mei uitrekende dat ik per maand eigenlijk 850 euro bruto meer had moeten verdienen. Dat is bijna 2000 gulden. Ook mijn drie collega-redacteuren in vaste dienst kregen minder dan ze verdienden, maar niet zo weinig als ik. Zij hebben nog circa 12.000 euro de man tegoed, ik zo’n 40.000 euro. Ook zij waren zo gek om tot het uiterste door te gaan, terwijl directeur Ivo Rasenberg mooie sier maakte met een voor hem veel te dure auto en Cor Bloks van het hele management zo mogelijk een nog grotere puinhoop maakte dan het al was. Overigens was die auto, een BMW, de vorige auto van Bloks, die hem had ingeruild voor een vette Audi.

Ik ben trouwens nog altijd blij dat ik weg was bij de BRTS voordat die banden aanging met de Bredase tweelingbroers Rob en Eric Driesen. We weten allemaal hoe het die mannen is vergaan en ik heb al van veel BRTS-medewerkers gehoord dat dat geen leuke tijd was. En ook nu is het, zo wordt mij telkenmale verteld, nog altijd dweilen met de kraan open bij de BRTS.

11. Eigen schuld, dikke bult

Het is allemaal de schuld van Rasenberg en Bloks?

Nee hoor. Het is ook gedeeltelijk mijn eigen schuld. Ik had teveel vertrouwen in de mensheid. Maar je kunt toch moeilijk zeggen dat Rasenberg en Bloks geen misbruik hebben gemaakt van het TV-Gazet-personeel. En toen de problemen hen boven het hoofd groeiden wilde Bloks voor de buitenwereld ineens geen directeur meer zijn en vroeg Rasenberg, na bemiddeling van Bloks’ advocaat mr. Chris Liesker, zelf faillissement aan. Het is zelfs zo gek dat curator mr. Machiel Gelok ons, en dan bedoel ik mijn ex-collega’s Rens Elst en Toine van Eekelen en ikzelf, min of meer het faillissement in de schoenen schuift. Ik zal je de brieven van Gelok in antwoord op door ons gestelde vragen eens laten lezen. Zo verwijt hij Rens en Toine dat ze niet van standplaats wilden veranderen, wat het bedrijf schade zou hebben berokkend. Dit terwijl de heren directeuren een nieuw pand in Prinsenbeek huurden, terwijl het huurcontract van het kantoor in Roosendaal nog lang niet was afgelopen. Die situatie duurde een half jaar. Er werd gezocht naar een nieuwe huurder, maar die was op de dag van het faillissement nog niet gevonden. Dat een curator, toch geen domme man mag ik hopen, zulke nonsens verkoopt. Het lijkt wel één grote firma List en Bedrog.

Pas je op dat je niet weer voor de rechter wordt gesleept?

Vorige keer ben ik vrijgesproken. Maar dat kon ook niet anders, want ik had de gewraakte uitlating ook niet gedaan. Dat kan alleen maar in Nederland. Mensen voor de rechter slepen voor iets dat een ander heeft gezegd en een krant voor de rechter slepen voor het publiceren van iets wat iemand heeft gezegd. En dat kort nadat je je baan hebt verloren. Natuurlijk, Toine van Eekelen heeft het gezegd en dat was niet leuk voor Bloks. Maar Bloks en de rechter hadden meer rekening moeten houden met de omstandigheden waarin Toine zijn uitlating deed. Was dat kort-geding nu recht of krom?

Het laatste woord over het faillissement van TV-Gazet is dus nog niet gezegd?

Ik denk het niet. Zo vind ik het vreemd dat TV-Gazet zeker 40.000 euro heeft betaald aan Bloks’ advocaat mr. Chris Liesker. Dat blijkt althans uit een recent document dat in mijn bezit is gekomen. Liesker is een geslepen man. Op zijn advies hebben Rasenberg en Bloks een paar slimme zetten gedaan. Ik vind het opvallend dat er tienduizenden euro’s aan advocaatkosten worden betaald door een bedrijf dat pretendeert een doorstart te maken, maar denk dat het faillissement per saldo uiteindelijk ook Rasenberg en Bloks niets oplevert of zelfs geld gaat kosten. Misschien dat we straks mr. Liesker tot enige winnaar kunnen uitroepen. En die man is advocaat dus zal er wel voor zorgen dat alles dat hij doet toetsing door de sterke arm zal kunnen weerstaan. Maar ik ben ervan overtuigd dat niemand Rasenberg en Bloks kan behoeden voor nieuwe misstappen en weet dat ze intussen zoveel vijanden hebben gemaakt, en daaronder reken ik niet eens mezelf, dat ze op hun tellen moeten passen. Het leuke van Rasenberg en Bloks is wel dat je geen moeite hoeft te doen om ze belachelijk te maken. Daar zijn ze prima zelf toe in staat, praat maar eens met hun personeel. Dit geldt overigens ook voor de BRTS.

Ben je rancuneus?

Ik ben op zoek naar de waarheid en uit op gerechtigheid. Sommige mensen leggen dat uit als rancune. De meesten hebben er alle begrip voor.

Cor Bloks heeft TV-Gazet-personeel verteld dat hij bang is dat jij gaat graven in bepaalde zaken, zoals de problemen tussen hem en oud-NAC-trainer Henk ten Cate, en je bevindingen openbaar zal maken. Ben je met een onderzoek bezig?

Zeg ik niet, maar ik heb inderdaad gehoord dat Bloks dat verteld heeft. Als het waar is heeft hij kennelijk het één en ander te verbergen. Zoiets maakt een journalist toch op zijn minst nieuwsgierig. Ik ben de voorbije maanden aangeklampt door meerdere mensen die rottigheid over Bloks kwijtwilden, maar ik kan op dit moment nog niet zeggen of ik daar iets mee ga doen. Sommige dingen liggen wel erg in de privésfeer.

Wordt vervolgd?

Bij leven en welzijn!

Problemen?

Geen commentaar!

12. Hopen op betere tijden

Hoe groot acht je de kans dat de BOS, waarvan je bestuurslid bent, de vergunning voor publieke lokale omroep in Breda krijgt?

Als de politiek en het CvdM de prestaties in de afgelopen twintig jaar van onze concurrent in die strijd, de BRTS, laten meewegen hebben wij de vergunning bij wijze van spreken al op zak. Tijdens het overleg dat wij op vrijdag 21 november met voorzitter Hans Veelenturf en secretaris Jan Nijland van de BRTS hadden stelde ik hun de vraag of zij wanneer wij de vergunning krijgen over vijf jaar zullen proberen deze terug te krijgen. De BOS zit thans voor de tweede keer in de oppositie. Het antwoord was negatief. Ze heffen hun stichting in dat geval op. Daaruit trek ik de conclusie dat zij beslist niet uitsluiten dat wij in staat zijn om een betere lokale omroep op te bouwen. Ik beloof bij deze dat ik over vijf jaar weer in de oppositie ga als de BRTS opnieuw een vergunning krijgt en voorspel dat de lokale omroep er in dat geval dan niet beter aan toe zal zijn dan op dit moment. Het ontbreekt het BRTS-bestuur aan visie. Vraag de vrijwilligers maar eens wat zij vinden van het beleid van hun leiders.

Evengoed vind ik dat er best wat meer subsidie naar de lokale omroep mag. Dat moet te bespreken zijn, als de politiek dit medium serieus neemt. Anderzijds begrijp in heel goed dat de politiek oppast met het spekken van de BRTS-kas, na de fraude bij die omroep. Daarom zou ik willen dat de politiek goed nadenkt over hoe het verder moet met de lokale omroep in Breda, toch geen provinciestadje. Er is maar één vergunning beschikbaar en dat maakt het er niet makkelijker op. Maar de keuze is vrij simpel: vrijwilligers hun gang laten gaan, niet gehinderd door opleiding, kennis, visie, beleid en leiding, of streven naar een al dan niet gedeeltelijk professionele organisatie. De keuze dus tussen de BRTS en de BOS. Verder gaan met de BRTS is naar mijn mening trekken aan een dood paard. Het woord is nu aan de gemeenteraad, die adviseert, en het CvdM, dat bepaalt welke stichting mag uitzenden. Ik hoop dat de inwoners van Breda, in een tijd dat er steeds minder kranten worden gelezen, de uiteindelijke winnaars zijn.

Met dank aan Ludo de Kort en Albert van Honk.


 

© 2003-2011 Mega Media Producties